Inleiding

Wanneer de formatie krimpt, dan moet in het plaatsingsproces worden vastgesteld welke medewerkers een plaats krijgen in de nieuwe organisatie en welke medewerkers niet. Het plaatsingsproces is bedoeld om de medewerkers zorgvuldig van de oude in de nieuwe organisatie te plaatsen. Een plaatsingsproces wordt met name ingezet als in het kader van de reorganisatie functies worden opgeheven, of als er per functie minder medewerkers in de nieuwe organisatie nodig zijn dan in de oude (overtolligheid)

Als de krimp plaatsvindt door vermindering in fte bij een aantal uitwisselbare functies, dan moet het afspiegelingsbeginsel worden toegepast (zie voor de toepassing van het afspiegelingsbeginsel bijlage 15 Regels vaststellen overtolligheid VWNW-beleid CAO Rijk).

Bij het zoeken naar een passende functie voor de medewerkers in de nieuwe organisatie kan een plaatsingsadviescommissie de werkgever adviseren. Het instellen van een plaatsingsadviescommissie is niet verplicht. Het kan zijn dat het Personeelsreglement van uw organisatieonderdeel het instellen van een plaatsingsadviescommissie wel voorschrijft. Raadpleeg bij de uitvoering van een plaatsingsprocedure altijd uw Personeelsreglement om te bezien of er regels met betrekking tot het plaatsingsproces zijn afgesproken.

Het proces wordt vanuit werkgeverszijde afgerond met een brief aan de individuele medewerkers over behoud van functie als functievolger dan wel het doen van een redelijk voorstel voor plaatsing in een passende functie en, als bij overtolligheid of opheffing van functies plaatsing op een passende functie niet mogelijk is, een brief met de aanwijzing als verplichte van werk naar werk (VWNW) kandidaat.